Ik ben verhuisd naar Wordpress. Naar mijn idee biedt dat iets meer mogelijkheden dan Blogger. Het is me gelukt alle berichten over te zetten. Dat was eigenlijk heel simpel.
Kom gerust een kijkje nemen op www.kariendamen.wordpress.com
Wij hebben besloten ook een bezoek te brengen aan het Caribische deel van het koninkrijk. Te beginnen met Aruba.
Deze week waren de mooiste foto's afkomstig van het bezoek dat Willem-Alexander en Maxima brachten aan de Nederlandse Antillen. Blauwe luchten, prachtige stranden en een vrolijke ontvangst. Ministers aan het werk in hemdsmouwen en zelf fotograferend voor een bericht op facebook. Deze foto is afkomstig van de app NRC in Beeld.
Ik kwam in een dagboek uit 2003 een mooi citaat tegen. Het komt uit een roman van Pauline Slot, Zuiderkruis. De hoofdpersoon Emma zegt hierin: "De intuïtie die maakt dat ik nooit vroeger begin dan nodig en nooit later dan noodzakelijk". Helaas heb ik het boek niet in mijn bezit anders kon ik je vertellen wat voor iemand de hoofdpersoon was en waarom ze tot deze uitspraak komt.
Het lijkt me geweldig zo in het leven te staan. Zo zelfverzekerd te zijn dat je altijd het juiste op het juiste moment doet. Het vervolg van het citaat is eigenlijk nog mooier. "Nu hebben handelingen voor mij per definitie de status van plan B, waarop ik terugval als afwachten faalt."
Bij mij is het precies andersom, alles wat ik me voorneem te doen krijgt de status van plan A. Daarom heb ik per definitie veel te veel te doen. Als dat niet lukt val ik terug op plan B en dat is betere tijden afwachten of de prins op het witte paard.
Ik moet namelijk gered worden van mijn eigen ontevredenheid en het tobben over al weer het volgende werkje dat om aandacht vraagt. Genieten gaat helaas niet op commando ook niet op dat van mezelf. Tijd is kort, maar muziek maakt mijn hoofd leeg en brengt me weer bij mij zelf.
The Scene - Tijd Is Kort
doe wat je moet doen onder de hemel
met het oog op je gericht
doe wat je moet doen in deze wereld
met het licht in je gezicht
doe wat je moet doen onder de hemel
met een groot en mooi geloof
doe het met de dingen die je drijven
en de spoken in je hoofd
doe het voor je vader
doe het voor een vrouw
doe het voor jezelf, voor een ander
voor degeen waarvan je houdt
want tijd is kort, ik heb het gezien
tijd is kort, en aan het eind
vergetelheid
doe wat je moet doen onder de hemel
met een groot en mooi geloof
laat de vrouwen om je lachen
klop de mannen op hun hoofd
doe wat je moet doen in deze wereld
met een groot en mooi lawaai
doe het met de dingen die je drijven
wees naí¯ef maar wees niet saai
doe het voor je vader
doe het voor een vrouw
doe het voor jezelf, voor een ander
voor degeen waarvan je houdt
want tijd is kort, ik heb het gezien
tijd is kort, en aan het eind
vergetelheid
Al een tijdje doe ik mode en design op het CKC in Zoetermeer. Het afgelopen seizoen was het thema Reizen. Het idee is dat leerlingen van verschillende disciplines rond dit thema gelijktijdig een expositie hebben. Mijn werk was toen nog niet af. Wel heb ik laten zien waar ik mee bezig was.
Mijn werk is nog steeds niet af. Het streven is kerstmis 2013. Zoals je aan de foto's kunt zien wordt dat een groene kerst.
Reizen betekent voor mij onderweg zijn. Het gaat niet om een bestemming. Het gaat om in beweging zijn. Het beeld is wat ik kijkend uit het raam voor bij zie glijden reizend door Nederland. Het gaat om tinten groen en blauw. Lucht en weiland vloeien in elkaar over. Het wordt daardoor wat dromerig. Of mijn wereld zonder lenzen in. De stof is daarom transparant, organza. Ik heb hem zelf geschilderd.
Dat het een jurk moest worden stond voor mij direct al vast. Dankzij de docente Layla Kuhnen werd dat de Jurk. Een vertaling van ontwerp naar patroon. Een proefmodel heb ik al gemaakt. Ziet er een beetje bont uit, maar zo krijg je een idee.
Gisteren hadden we een verjaardagsfeest. Naarmate het buiten donkerder werd, werden de verhalen sterker. Uiteindelijk ging het over alle dommigheden die men ooit had begaan. Mijn buurman vertelde hoe hij ooit voor te veel geld een barbecue had aangeschaft voor binnen. De dame in de winkel was erg knap en aardig, vandaar. Ze hadden het apparaat éénkeer gebruikt. Mijn man wist zich ook nog wel een nutteloze aankoop te herinneren in ons huishouden. Wij hadden een nieuw koffieapparaat gekocht, een Nespresso machine. Een mooi rood geval stond te blinken op het aanrecht. Het leek mij erg leuk om daar een rekje naast te zetten voor de koffiecups. Die koffiecups zien er op zichzelf mooi uit en in zo'n rekje zou dat helemaal goed uitkomen. Toevallig waren ze bij de xenos in de aanbieding. Het was druk, dus ik pakte snel een doos met zo'n houder van de stapel Thuisgekomen pakte ik het rekje uit en wilde de cups er in doen. Dat lukte niet, ik begreep er niets van, probeerde het van alle kanten, maar de cups bleven door de openingen in de houder vallen. Het heeft een dag geduurd voordat ik in de gaten had dat het niet aan mij of aan de deugdelijkheid van het rekje lag. Want wat bleek, het rekje was bedoeld voor de cups voor de Dolce Gusto van Krups. Dat stond zelfs op de doos. Er mee terug gaan naar de winkel vond ik te gênant. De doos met rekje staat als een terechtwijzing in onze boekenkast. Wie weet, komt er nog iemand langs die wel een bijpassend apparaat bezit.
Moge partijbelang en persoonlijke voorkeur van deze zetel verre blijven en hier heersen een geest die tegenover allen gelijk is
Altijd interessant om bij een ander te kijken. Dat bleek vorige de week weer tijdens de bijeenkomst met de griffiers van mijn leergang. We
werden ontvangen door de griffier van de deelgemeente Noord in Rotterdam. Nadat
we waren bijgepraat waren over het aftreden van de voorzitter van de deelraad en al het politiek gedoe dat daar bijhoort, gingen we
over tot ons inhoudelijke programma.
Onze collega uit Enschede liet hun nieuwe
raadsinformatiesysteem zien. Dat deed hij samen met de leverancier van het
programma, Muze uit Enschede. Het systeem is nog niet in de lucht. Dat komt
omdat Enschede ambitieus is en een stap verder wil gaan. De gemeenteraad wil ook reacties van bewoners op plannen
uitlokken met het systeem. Als de bewoners niet naar
je toe komen je de volle cafe’s moet opzoeken, de social media dus.
We kunnen wel een beeld krijgen van het systeem door op de sites van Dinkelland en
Hellendoorn te kijken, die maken er ook gebruik van. Raadsleden kunnen de site naar
persoonlijk inzicht indelen. Alle beschikbare stukken zijn in te delen zoals
gebruikelijk naar vergadering of type stuk (brieven, moties etc.) maar ook naar
thema. Erg handig voor wie een dossier wil volgen. Ook is er een directe
koppeling met facebook en twitter.
Een van mijn collega griffiers had naar aanleiding van de
discussie rond de stukkenstroom nog een goede tip voor ons. Hij maakt gebruik
van google calender om zijn raadsleden te attenderen op extra bijeenkomsten en
uitnodigingen. Hiervoor hebben wij ook wat aan het ontwikkelt op de griffie. Misschien kan het een mooie aanvulling zijn daarop, maar we zullen het
wel moeten uit proberen.
De raadzaal
Voor de stembriefjes
In de middag gingen we op bezoek bij de griffie van de
gemeente Rotterdam. We kregen een rondleiding door het stadhuis. Omdat het
Rotterdamse stadhuis een monument is mag er niets veranderd worden. De raadzaal
is dus nog volledig monistisch. De griffier zit er tussen de leden van het
college. Lijkt me een vreemd gevoel. Op de griffie werken 25 mensen op 45 raadsleden, als je dat vertaald
naar de situatie in Zoetermeer hebben wij, met 39 raadsleden recht op 22
griffiemedewerkers.
Het was voor mij bekend terrein, maar het gebouw blijft
indrukwekkend.
Tot slot hebben we heerlijk gegeten in het Turks-Koerdische
restaurant Shalan, een aanrader. Waar wordt je nog uitgezwaaid door de eigenaren?
We lezen te weinig zei Bastiaan Bommelje in
het NRC afgelopen zaterdag. De boekenverkoop is schrikbarend gedaald sinds het
topjaar 2008. Het aantal verkochte e-books compenseert dit niet en bibliotheken
worden alleen maar gesloten. Nederland ontleest volgens hem in een razend
tempo. De 60-plussers in ons land lezen bijna zes keer meer als jongeren tussen 12 en 19 jaar. De
taalvaardigheid neemt af.
Het digitaal lezen van teksten biedt geen
soelaas. Uit onderzoek blijkt dat dit gefragmenteerd
en minder geconcentreerd gebeurt. Dit leidt tot minder opname van informatie en
vooral argumentatie.
De conclusie die ik uit het artikel trek is
dat we met z’n allen dommer worden. Of deze bewering nu waar is, hij staat in ieder geval recht tegenover de bewering van mijn grootvader. Die zei tegen zijn dochters
dat je van te veel lezen dom werd. Lezen werd vooral in de arbeidersklasse
gezien als nutteloos tijdverdrijf. Het lezen heeft de generatie van mijn moeder, en misschien ook de mijne, geëmancipeerd.
Van de schrik ben ik weer aan het lezen gegaan.
De krant van zaterdag heb ik helemaal uitgespeld en ik ben eindelijk aan het
boekenweek geschenk begonnen. Het boekje van Kees van Kooten. Dat was het
laatste nog ongelezen boek in huis. Het liefst lees ik romans en thrillers. Ik
weet niet of ik daar veel wijzer van word. Ik denk dat ik het maar hou bij de
uitspraak: Lezen is vakantie voor je hoofd.
Vandaag heeft Erwin eens een keer gelijk, roept E. Er komt
een flinke regenbui aan. Erwin is Erwin Krol en in de vorige eeuw deed hij het
weerbericht aan het eind van het acht uur journaal.
Je bedoelt Gerrit, zeg ik, maar eigenlijk heeft E helemaal
geen zin om aan Gerrit te wennen. Gerrit is er ook al weer een tijdje, net als
Willemijn, of is die ook al weer weg. En hoe heet die nieuwe ook al weer, die
onhandige?
Het is precies waar ik vroeger zo'n hekel aan had bij ouder
wordende mensen. Dat ze maar niet wilde wennen aan nieuwigheden. Zelf betrap ik
me er op dat de nieuwe namen van ministeries er bij mij niet in willen. En zeg
nou zelf, het ministerie van I & M dat is toch niks. Het doet me denken aan
dat boek van die schrijfster uit de vorige eeuw, Conny Palmen. In Memoriam.
Ik dacht altijd dat oudere mensen steeds minder in staat
waren met veranderingen om te gaan. Nu weet ik beter, het is gewoon onwil. Het
zoveelste nieuwe gezicht, nieuwe naam of nieuwe wat dan ook. Tegen de tijd dat
ik me het gebruik heb aangeleerd dient zich er al weer een nieuwe variant aan.
Ik begin er niet meer aan. Zo iets.
Of zou het wijsheid zijn. De wetenschap dat de wereld
voortdurend in verandering is maakt een toevallige naam niet zo belangrijk. Het
is toch maar tijdelijk. Ik hoef niet meer zo nodig bij de tijd te zijn. Iemand die om acht uur de televisie
aanzet om naar het journaal te kijken, is sowieso niet hip.
Zojuist heb ik mijn fiets opgehaald bij de fietsenmaker. Een reparatie en wat onderhoud kostte in totaal 72 euro. Tel daarbij op een enkele reis met de Randstadrail. De uitkomst van een middag in de grote stad. Zonder te winkelen.
Vorige week zondag was ik bij een vriendin in Rotterdam op
bezoek geweest. Ze woont midden in het centrum van de stad, vlak bij de Pauluskerk. Ik
was op de fiets, want het was mooi weer. Met een flinke ketting zet ik mijn
fiets dan vast aan een fietsenrek. aan het eind van de middag stond hij er nog. Er kwamen net
een man en een jongen aangelopen. De man stelde opgelucht vast dat zijn fiets
er ook nog stond. Het was pas zijn zesendertigste sinds hij in Rotterdam
woonde.
Een goede ketting helpt wel, zei ik. Nou, zei de man, daar
zou ik toch maar niet altijd op rekenen. Soms ligt er alleen nog een ketting, wel
op slot, dat dan weer wel. Onszelf toch gelukkig prijzend vervolgden wij onze
weg. De man en jongen liepen in de richting van de Westersingel en ik fietste
naar de Coolsingel. Ter hoogte van de Bijenkorf hoorde ik een bonkend geluid,
dat leek wel een lekke band. Het was een lekke band, mijn lekke achterband,
mijn lekvrije achterband.
Wat nu, het was nog een heel eind naar Pijnacker. In het
weekend mag je gelukkig je fiets meenemen in de metro en station Beurs was
dichtbij. Het was niet druk meer in de stad en op het metrostation. Waar ik
even geen rekening mee had gehouden was dat er op zondag gevoetbald wordt. De
metro zat tjokvol met supporters, zo te zien allemaal Feyenoordfans. Een beetje
ongemakkelijk wurmde ik mijn fiets het treinstel in. Ze waren in een opperbeste
stemming want Feyenoord had gewonnen. Waarom ga je niet fietsen, vroeg er een.
Ik heb een lekke band, zei ik. Je kunt hem toch plakken, je hebt je pakspullen
bij je, zei een ander, wijzend op het tasje onder mijn fietszadel. Daar zit
mijn ketting in, antwoordde ik.
Het volgende station werd omgeroepen met een waarschuwing
dat er links uitgestapt moest worden. Dat is mazzel zei ik, want ik stond met
mijn fiets bij de deur aan de rechterkant. Maar er stapte bijna niemand uit.
Gaan jullie eigenlijk niet de verkeerde kant uit als feyenoordsupporters, vroeg
ik daarom. Want we reden de stad uit richting Den Haag. Nee hoor, zei een
gezellig ogende, wat oudere man. Feyenoord supporters heb je overal, zelfs in
Brabant. Zelf kom ik uit Delft. Maar jij bent ook ver van huis met de fiets,
vervolgde hij.
Bij elk station werd mijn fiets hulpvaardig aan de kant
geschoven als iemand er uit wilde. Op Pijnacker-Zuid nam ik
afscheid van mijn reisgenoten. Ik was weer helemaal tevreden met de wereld en zijn
bewoners. Thuisgekomen bleek er een lange schroef in mijn band te zijn
geboord. Hij zat net opzij van het loopvlak tot aan de kop er in. Een dure grap.
Ik denk dat ik maar een provinciaal blijf, dan maak je nog eens wat mee.
Nog een vakantieverhaal, een leuke voor de blunderclub. De blunderclub is een besloten club met maar twee leden, één van mijn favoriete raadsleden, als erelid en ikzelf als voorzitter. We verzamelen blunders, alleen van eigen hand.
Ik heb deze vakantie ontdekt dat een eenvoudige kurkentrekker met mesje ook over een hefboomfunctie beschikt. Ik had de oude kurkentrekker in de caravan bij het schoonmaken van de keukenlade weggegooid. Ik vond hem veel te zwaar voor het kunststof binnenwerk van de la. Maar ja, nu hadden we alleen nog maar dat eenvoudige ding en in Frankrijk is men nog niet van de kurk af. Ik schroefde de eerste avond dat ding in de kurk en wrikte hem naar boven de fles uit. De tweede avond lukte dat met de grootst mogelijke krachtsinspanning niet. Wat nu, ik probeerde eens wat met de andere onderdelen die aan het ding zitten. En ja hoor, een deel kreeg ik precies langs de hals geplaatst en toen was het een fluitje van een cent om de fles open te krijgen.
Wonderlijk dat je zonder dat te weten iets in de la hebt dat zo ontzettend handig is, als je het maar wist.
Avez vous perdu? Bent u verloren? Vroeg hij ons. We stonden tijdens een fietstocht op de kaart te kijken welke weg we zouden inslaan. In het Frans heeft perdu, verloren, twee betekenissen. In het Nederlands zou het ook kunnen, verloren, maar dat zou wel een heel dramatische vaststelling zijn. Voorgoed verloren. Wij zouden vragen bent u de weg kwijt? Maar we stonden op een weg en vroegen ons alleen maar af welke route we zouden volgen. Bent u verdwaald? Zou ook een goede vraag zijn geweest in het Nederlands.
In Engeland zouden ze ons gevraagd hebben: Are you lost? Eigenlijk hetzelfde als de Fransman ons vroeg.
Non, merci, was ons antwoord. Twee woorden om te zeggen, dat we niet verdwaald waren. Dat we namelijk op elke splitsing van wegen kijken welke kant we uit zullen gaan, omdat we kaart lezen leuk vinden, maar dat kunt u niet weten, maar bedankt voor het vragen. Erg attent van u.
Op weg naar huis wisselen mijn collega Jeannette en ik altijd uit wat we die avond gaan eten. Jeannette ging vanavond armeluispasta maken. Het was een recept van Jamie Oliver en het bevatte sardientjes en pijnboompitten. Maar dat recept ken ik, was mijn reactie. Ik ken het van een Libelle uit de jaren 80. Het stond in een kookbijlage en die heb ik nog steeds. Ik heb de pasta onlangs weer
eens gemaakt en het smaakt nog steeds voortreffelijk. Het is een van oorsprong
Siciliaans gerecht. Sicilianen waren arm, de ingrediënten zijn daarom eenvoudig en op
Sicilië
volop verkrijgbaar zoals verse sardines en ansjovis.
Dat was wel erg toevallig, we spraken af de recepten uit te wisselen zodat we ze konden vergelijken. Want of Jamie nu aan plagiaat heeft gedaan of niet, een goed recept is om te delen. Hieronder volgt mijn variant.
Ingrediënten voor 2 personen
2 of 3
knolletjes venkel
Zout
Olijfolie
1 ui
Ansjovis
1 blikje
Sardines
1 blikje
Handje
rozijnen
Handje
pijnboompitten (noten zoals hazelnoten of amandelen zijn ook lekker)
150 gram
penne regatte
De venkel
in een ruime pan met water koken. Als de knolletjes erg groot zijn snijd ik ze
doormidden. Het fijne blad laat ik er gewoon aan zitten. Als de venkel licht
gaar is de knolletjes uit de pan scheppen. De pan met water gebruik je om de
penne te koken. De venkel snij je in kleine stukjes als hij een beetje is
afgekoeld.
De uit
fijn snijden en met wat olijfolie fruiten. De ansjovisfilet en de sardines
toevoegen. Voorzichtig omscheppen. Daarna de fijngesneden venkel, rozijnen en
pijnboompitten toevoegen.
Ondertussen
de penne volgens het kookvoorschrift net gaar koken en bij de de vismassa
voegen, nog enkele minuten laten sudderen en klaar.
Van mijn moeder mochten wij alleen op pad met een schone onderbroek aan. Als ik in het ziekenhuis terecht kwam lag ik er niet voor schandaal bij, zei ze, als ik vroeg waarom. Ik heb die zorg nooit zo goed begrepen. Volgens mij maakte het niet zoveel uit wat ik aanhad als ik in de kreukels zou liggen. We kregen ook een schone zakdoek en een kwartje mee. De zakdoek was om je schaafwonden te stelpen en het kwartje om naar huis te bellen. Sinds kort weet ik dat nette meisjes goed
naar hun moeder moeten luisteren.
De laatste keer dat ik voor een controle bij de huisarts was, wilde ze dat ik een hartfilmpje liet maken door de assistente. Daar had ik geen bezwaar tegen. De assistente vroeg op haar beurt of ik er bezwaar tegen had dat een stagiaire mee zou kijken. Het zou voor haar het eerste hartfilmpje zijn. Het was voor mij ook de eerste keer anders zou ik niet zo spontaan direct ja hebben gezegd. Want wat ik niet wist was dat ik me tot op mijn onderbroek moest uitkleden. Met dat uitkleden zelf had ik niet zo'n moeite. Het gênante was dat ik die dag een onderbroek aan had van mijn man. Het was een zwarte lycra boxershort uit een aanbieding, maar niet geschikt bevonden door mijn man. Weggooien vind ik zonde en wat doe je dan. Hij zit eigenlijk ook wel lekker. Maar toen ik daar zo stond zat hij een stuk minder comfortabel. Ik heb gedaan of het de normaalste zaak van de wereld was.
Naderhand bedacht ik dat het nog erger had kunnen zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld nog een exemplaar liggen dat een innige omhelzing heeft gehad met een blauwe sok in de veertig graden was. Ik denk dat ik voortaan ook maar weer een schone zakdoek en een kwartje ga meenemen.
Ik woon in een landbouwgebied. Maar zo ervaar ik dat niet. Doordeweeks fiets ik tussen de kassen door naar mijn werk in Zoetermeer. Ga ik in het weekend zomaar een stukje fietsen of wandelen, is het tussen de kassen. Het geeft mij het gevoel dat ik in een industrieel gebied woon. De complexen worden ook steeds groter en hoger. Ook De belemmeren de kassen het zicht op het polderlandschap. En is er een doorkijkje, dan zie ik in de verte de windturbines bij Bleiswijk of de nieuwe Hoogspanningsmasten van het KV 380 traject.
Het enige pluspunt vind ik de kleine kraampjes langs de weg. In de kassen rondom Pijnacker groeien veel bloemen maar ook groenten zoals komkommers en courgettes. Wat niet geschikt is voor de groothandel komt in die kraampjes terecht. Kromme courgettes willen we niet als consument in de supermarkt. Soms koop ik onderweg wat. Voor een euro of twee heb je een pond snijbonen of een zak met paprika's. Omrijden via Berkel levert rozen of hortensias op.
Vervallen kas aan de Molenlaan, Pijnacker
Sinds kort doe ik mee aan #UrbanSnap, een fotospel op Google+. Het werkt als volgt. Elke week kiezen de twee initiatiefnemers uit de Verenigde Staten een thema. Heb je een foto gemaakt die past in het gekozen thema, dan plaats je die op Google+. Foto's van over heel de wereld met hetzelfde onderwerp bij elkaar gezet, geven een aardig beeld van het dagelijkse straatbeeld. Hoe verschillend dat is en ook weer niet.
Zelf, fotografeer ik het liefste wat ik zoal onderweg tegenkom. Meestal vind ik wel iets wat past in het thema. De bijgevoegde foto's zijn het resultaat van de thema's Zig Zag en One kind of a Wall. Het aardige van het fotospel is dat ik met heel andere ogen naar mijn eigen omgeving ben gaan kijken. Het is een uniek modern Hollands landschap, voor wie het wil zien.
Begin dit jaar schreef ik over een zoektocht naar een goed
voornemen voor 2012. Het moest een niet al te ingewikkeld voornemen zijn en dus
vol te houden.
Nu was de gemeente Pijnacker-Nootdorp eind 2011 samen met
Avalex een proef gestart. Het idee is dat bewoners afval inleveren op een
centraal punt in ruil voor geld. Dat geld kun je schenken aan een goed doel of
op je eigen rekening laten bijschrijven. Simpel te doen toch? Ik moest alleen nog een goed doel
verzinnen.
Een week later bleek dat ik niets meer hoefde te verzinnen,
want E. was al begonnen met inzamelen. Terwijl hij eerder had beweerd dat dat
hele Ryck een onzinnig idee was.
Het gevolg is dat zolder en garage zijn opgeruimd en
kledingkasten uitgemest. Dat leverde ons tot nu toe 20 euro op. Mijn echtgenoot
zou het liefste de nee/nee sticker van onze brievenbus willen krabben. Dan
schiet het tenminste een beetje op.
Wij zijn niet de enige die enthousiast zijn over de proef.
Uit de evaluatie van de gemeente blijkt dat eenderde van alle huishoudens mee
doet. Was je eerst een sukkel als je je oud papier en textiel wegbracht, nu ben
je een sukkel als je het niet doet. Het gaat in een moeite door als je toch
boodschappen gaat doen.
Vanwege het succes heeft het college van burgemeester en
wethouders voorgesteld door te gaan met de proef. Ryck kan dan verder groeien
en zijn kostendekkenheid bewijzen. Dat betekent wel dat de gemeente nu moet
gaan betalen. De gemeenteraad heeft vraagtekens gezet bij de manier waarop. In
deze tijd wil men geen lastenverzwaring, het gaat om 15 euro per huishouden.
Aan de andere kant begrijpt iedereen dat het inzamelen van afval slimmer moet. Afval gaat vanwege de grondstoffen op termijn geld opleveren, veel geld. Het college is opnieuw aan het
rekenen gegaan en het is even onduidelijk wanneer er een besluit genomen gaat
worden. Ik hoop op een positief besluit, met Ryck heeft Pijnacker-Nootdorp zich
als vernieuwer op de kaart gezet.
Wanneer er ontwikkelingen zijn hou ik jullie op de hoogte.
De tuin van mijn moeder is een plaatje. In alle seizoenen valt er wat te genieten of te ontdekken. Nu in de herfst vallen vooral de kleuren op. De natuur geeft een warm palet aan planten die afsterven en hun blad verliezen. Op de foto's is dat nog niet goed te zien, ze zijn van begin oktober.
Deze keer viel me nog iets anders op. Iets wat er al langer was, maar waar ik nooit op heb gelet. Door de hele tuin heen zag ik kleine huisjes. Een compleet dorp was het. Aan boomstammen, aan de muren, op een stronk en twee gewoon op de grond. Huisjes voor vogels, voor kabouters en voor kleine meisjes. Behalve de mollen mag iedereen in de tuin komen wonen.
Voor een winterkoninkje
De huisjes voor de vogels hangen met de opening naar het noordoosten. De volle zon staat er dan niet op en het regent niet in. Rond deze tijd van het jaar inspecteren de vogels hun toekomstige huisjes. Bijna elk jaar heeft mijn moeder een nest koolmeesjes en winterkoninkjes. De merels hebben het voor hen bestemde huisje nooit gebruikt. Het wordt nu bewoond door een kabouter. Er zijn twee tuinhuisjes. In het ene wordt het tuingereedschap bewaard en de tafeltennistafel van mijn neefjes. Het andere is voor de fiets en het speelgoed van mijn kleine nichtjes. Als ze op visite komen krijgt mijn moeder opdracht om haar fiets buiten te zetten. Want zo is het voor de dames onmogelijk om eten te koken. Ze zitten met hun beidjes aan een tafeltje met een serviesje er op. Mijn moeder brengt ze geschilde appels en vertelt dat dat de aardappelen zijn.
Huisje voor 2 eendjes
Heerlijk om zo'n oma te hebben, maar ik had zo'n moeder. Ik herinner me dat mijn zus en ik moedertje speelden in een oude volkswagenbus. Die bus stond zonder motor bij ons op de oprit. Mijn vader had van twee bussen een goed exemplaar gemaakt voor zijn stukadoorsbedrijf. We hadden een tafeltje en stoelen naar binnen gesleept. Met onze poppen zaten we daar op een woensdagmiddag te schuilen voor de regen. Er werd op de deur getikt. Daar was mijn moeder met voor ons allebei een gebakken eitje met brood. Ons paradijs was compleet.
Een hele woensdagmiddag ben ik er mee bezig geweest. Rond deze tijd van het jaar verwissel ik mijn zomerkleding voor mijn winterkleding. Alles gaat dan door mijn handen. Ik kijk wat er weg kan en wat nog wel een seizoen mee kan. Niets bijzonders, maar ik geniet enorm als alles weer netjes in de kast hangt. Op de planken liggen nu truien en vesten. Netjes op stapels en op kleur. Alle schoenen zijn gepoetst. De sandalen zijn naar zolder.
Soms doe ik de deur even open, zomaar. Geniet dan van deze zelfgeschapen orde en structuur. Strijk met met de rug van mijn hand langs de stof van de blouses en doe dan de deur dicht.
Freud heeft deze afwijking gecategoriseerd onder de anale persoonlijkheid, met een beschrijving van eigenschappen die ik hier niet allemaal ga noemen. Perfectionistisch is nog de vriendelijkste.
Mijn omgeving zal niet zeggen dat ik een overdreven opgeruimd persoon ben. Het zit ook meer in mijn hoofd, de neiging tot ordening. Boodschappen doen is veel leuker als ik bij de kassa alles in het gelid op de band kan zetten. Ik koop ook het liefste van alles twee exemplaren. Dat zorgt voor evenwicht bij het sorteren.
Wereldberoemd word ik niet met mijn stoornis. Hoewel, de Zwitserse kunstenaar, Ursus Wehri, is hard op weg om het te worden. Zijn derde boek over opruimkunst is net uit. Uitgeverij De Harmonie heeft de Nederlandse versie uitgegeven. Het kost 14,90 euro. Van de door Ursus Wehri op orde gebrachte kunstwerken van Kadinski of Van Gogh wordt iedereen vrolijk. Kijk zelf maar eens hier. En komt er geen glimlach bij de bekende kunstwerken dan wel bij de op alfabet gesorteerde lettervermicelli in de soep.
Er zijn niet
veel mensen die kunnen bogen op een plakcarriere. Ik kwam er mee in aanraking
toen ik net in Rotterdam woonde en lid werd van de Partij van de Arbeid. Ik heb
het dan, om in de plaksferen te blijven, over het tijdperk van de Loesje
posters. We gingen plakken voor de verkiezingen van de provinciale staten. Ik
mocht met de lijsttrekker, Jan Hoek van Dijke, op pad. Het was in die tijd in
Rotterdam toegestaan om op gemeentelijke eigendommen te plakken. Toch hadden we
een licht anarchistisch gevoel en hoopten dat de politie ons aan zou houden.
Vele
verkiezingen lang heb ik geplakt. Met een groepje gelijkgestemden laat op de
avond met emmer en veger over straat zwalken en het begrip gemeentelijk
eigendommen op rekken, was mijn ultieme invulling van het begrip solidariteit.
We eindigen meestal verkleumd in een kroeg. Plakromantiek dus.
Van de ene op
de andere dag verschenen er vlak voor verkiezingen speciale borden voor de
affiches. Alleen op deze borden mocht nog geplakt worden. Zo bespaarden
gemeenten op schoonmaakkosten. En de borden konden hergebruikt worden. Er
onstond een hele cultuur rond het plakken. Het was een wedstrijd wie als eerste
op de borden verscheen. Over je collega's heen plakken deed je niet. Als er bij
een ander een hoekje los zat nam je dat gelijke even mee. Toch voelde het een
stuk minder romantisch om in afgepaste kaders te moeten plakken. Ik zie ook
niet wat het electoraal oplevert om gezellig naast elkaar hangend. Oke, het is
democratisch, iedereen even veel plakruimte.
Iemand van de
gemeente stelde eens voor of het niet veel praktischer was als iedereen zijn
affiche vooraf aanleverden. Een bedrijf zou dan alles keurig in de juiste
volgorde plakken. Zo konden de borden in een keer geplaatst worden voor een
klein bedrag. Plakkers van andere partijen reageerden furieus. Hoe kon iemand
dat verzinnen, dat was het einde van alle plakromantiek. Voor mij was die
romantiek toch al verdwenen.
Ook krijg ik
steeds meer twijfels bij het electorale nut van onze plakcampagnes.
Verkiezingcampagnes worden gestreden op de televisie en in de landelijke media.
De verkiezingsborden vallen alleen op bij partijgenoten. Die gaan bellen
wanneer onze posters er niet snel genoeg op zitten, te laag of slecht geplakt
zijn. De vergrijzing van het ledenbestand van politieke partijen is zichtbaar
onder ons plakkers. Deze keer was ik op pad met twee gepensioneerde heren.
Alleen hun enthousiasme was niet navenant. Die posters moesten in de bovenin de onmogelijkste hoek. Ik heb met zweet in mijn handen de ladder vastgehouden.
Het is gelukkig goed afgelopen en de posters hebben in geen jaren zo keurig
gehangen.
De
verkiezingsborden zijn al weer een paar weken opgeborgen. Ons nageplakte
bedankje aan de kiezers heeft er niet lang gehangen. Wat rest is een gele plek
in het gras. Wat mij betreft is het de laatste keer geweest, het plakken. Ik
heb een advertentie bewaard van een bedrijf dat borden op ooghoogte plaats in
de berm van de weg. Je hoeft alleen maar een bestandje van de affiche te mailen, lijkt me een stuk veiliger.